Angstige of drukke hond? Waarom verschilt ons geduld?

Het is bijna nooit een probleem om mensen met angstige honden zo ver te krijgen om langzamer de wereld te gaan ontdekken, of zelfs pas op de plaats te maken. Angst bij een hond zorgt ervoor dat wij medelijden krijgen en ons aanpassen. Ook krijg je bij een angstige hond gewoon niks voor elkaar door ‘er doorheen’ te willen werken, dat lijken we allemaal redelijk te begrijpen inmiddels.

Maar wat gebeurt er nu eigenlijk bij een angstige hond?
De hond ervaart een prikkel als negatief, als bedreigend. De prikkel is te dichtbij of te sterk, waardoor de emotie stijgt. De stijgende emotie bereikt een kantelpunt waarbij de stress in het lichaam overneemt. Stress bereidt het lichaam voor op een coping mechanisme: vechten, vluchten, verstarren of gek doen. De meeste angstige honden kiezen eerst voor verstarren, dan vluchten. In sommige gevallen (denk aan een hondenvanger) is gek doen ook een optie, en zeker in een laatste geval ook vechten. Angstbijten wordt dat wel genoemd.

Wat als een hond heel druk wordt in dezelfde soort situaties?
De hond ervaart prikkels als opwekkend, heftig. De prikkel is te dichtbij of te sterk, waardoor de emotie stijgt. De stijgende emotie bereikt een kantelpunt waarbij de stress in het lichaam overneemt… Je ziet het al, ongeveer hetzelfde verhaal als net! Het grote verschil zit hem in de strategie die de hond toepast als de emotie en de stress stijgt. Dat kán te maken hebben met karakter, maar ook met eerdere ervaringen. Maar waarschijnlijk met een combinatie van die twee.
Drukke pups vinden wij leuk. Drukke pups lijken blij. Drukke pups vinden we niet emotioneel instabiel, totdat ze een andere strategie (vechten of angstig zijn) gaan inzetten. De meeste drukke pups die ik zie, zijn hyper: niet blij.

Hier zit dan ook een verschil in hoe wij het ervaren: een drukke hond is blij. Ja, dat is soms ook zo. Maar we hebben op het moment te maken met een epidemie aan ‘blije’ honden die bij álles druk worden, andere honden frontaal met een noodvaart benaderen, honden die bij het zien van elk opwekkend ding in de lijn stuiteren. En een puberende hyperhond kan makkelijk zijn frustratie gaan uiten in uitvallen bij niet optimale begeleiding.

Nog een reden die ik ervaar in de lessen, is dat mensen met een hyperactieve hond of uitvallende hond zich genoodzaakt voelen voor hun omgeving om de hond te corrigeren voor dit gedrag. Dit is geen gewenst gedrag in de ogen van de meeste mensen en het wekt ook geen medelijden op. Dus denken we dat we het moeten stoppen, voelen we sociale druk. We gaan dan voorbij aan het feit dat ook deze hond (net als de angstige) buiten zijn vaardigheden is. Buiten zijn kunnen. Anders had hij zich wel ‘netter’ gedragen. Energie verspillen is namelijk een heel slecht idee in de dierenwereld.

Lees verder onder de afbeelding…

Eddie krijgt de tijd om de nieuwe robotmaaier van de buren te observeren.

Drukke, uitvallende, hyperactieve honden hebben net als angstige honden een begripvolle aanpak nodig. Meer afstand van datgene wat opwekkend is, en begeleiding om daar beter mee om te leren gaan. Geen correcties, geen ombuigen van gedrag, geen vervangend gedrag. Gewoon alleen leren dat die prikkel heeeeel vaak neutraal of zelfs positief is. En aangezien emotie heel diep in het brein zit, kan je dit niet forceren of aanleren als een commando. Alleen faciliteren dat de hond binnen zijn comfortzone opereert en af en toe de grenzen daarvan mag raken. Met oog voor zijn subtielste signalen zodat je leert op tijd zijn met het herkennen van de comfortzone en de grenzen daarvan. In gesprek met je hond.

Dus ongeacht welke strategie (angstig, wild, hyper, uitvallen) je hond gebruikt, je hond heeft jouw steun nodig, je geduld, je antwoord op zijn communicatie. Je liefde en begrip. En als het dan toch een keer mis gaat (want niet alles is maakbaar in het leven), dan haal je eens diep adem en besef je dat het toch wel heel vervelend voor hem is dat je hond die situatie nog niet goed aankan. En dat je er alles aan zal doen om er gewoon voor hem te zijn, zodat hij zich er steeds beter over gaat voelen. Simpelweg omdat hij het moeilijk heeft en je hem wil steunen.

Honden zijn emotioneel complexe wezens. Zij verdienen het om te worden behandeld als meer dan een trainbaar object!

Hij is er al/pas 6 maanden…

Wie B-Dog volgt, weet dat wij vlak voor de zomer 2020 een hond hebben geadopteerd. Eddie the Eagle, Ed Raket, Edje. Eddie dus.

Vaak hoor ik mensen die pas een hond hebben dingen zeggen als: ‘In het begin deed hij dit of dat’, ‘Vroeger was het zus of zo’. Deze honden zijn vaak pas enkele weken of een maand bij de nieuwe eigenaar. Of het nou een pup is of een volwassen hond. Natuurlijk wen je snel aan de aanwezigheid van dit nieuwe individu in huis. En lijken de eerste weken soms lang, omdat ze vol zitten met uitdagingen. Een nieuwe hond in huis is niet alleen rozengeur een maneschijn. Ik zou een slechte gedragsdeskundige zijn als ik dat beeld schetste.

Maar andersom is het ook zo: wanneer ik mensen vertel dat Eddie nu 6 maanden en 2 weken bij ons is, en we elkaar nét beginnen te kennen en vertrouwen, dan kijkt men verbaasd. Verbaasd dat ik het ‘pas’ dik 6 maanden vind. Dat we nu ‘pas’ de verbinding uitdiepen. Natuurlijk is hij echt ‘al’ 6 maanden onderdeel van het gezin. Maar het loskomen en goed leren kennen heeft tijd nodig, veel tijd. Afhankelijk van ‘het vorige leven’ van je hond nog veel meer dan 6 maanden (ook bij pups!). Er is geen wetenschap op los te laten, de verbinding ontstaat en verdiept wanneer het daar tijd voor is.

Eddie aan de wandel

Zo hebben Eddie en ik vanochtend voor het eerst echt een nieuwe route gelopen. Ok, voor 90% een nieuwe route. Maar dat was voor Eddie echt al genoeg. Deze slenterwandeling (belangrijk!) zat vol met nieuwe geuren, geluiden, omgeving. Ik moest mijn best doen om hem met de lijnvoering goed te begeleiden, veel meer dan in onze comfortzone van normale wandelingen. En wat ben ik blij dat wij het samen goed deden! Als dat niet het geval was geweest, dan was ik terug naar huis gegaan, of terug naar de comfortzone (het is handig als dit mogelijk is).

Bij thuiskomst was het duidelijk dat hij iets nieuws had gedaan en had wat moeite om zijn rust te vinden. Hij stond niet te stuiteren, maar plofte ook zeker niet meteen neer. Daarom ben ik achter mijn laptop gekropen om dit te schrijven. Dit geeft hem de rust om even te verwerken wat we hebben gedaan. Nadat hij een kauwbotje had uitgekozen uit zijn voorraad en even heeft gekauwd, ligt hij nu heerlijk voor pampus in mijn zicht.

Bottomline: het maakt niet uit of je hond er al/pas 6 maanden is, en zeker niet wat een ander daar van vindt. Het gaat erom of je hond eraan toe is om die nieuwe omgeving te ontdekken of een andere stap te maken in zijn ontwikkeling. Geef hem die tijd en verwacht niet te veel van hem. Alleen dan leer je de echte persoonlijkheid van je hond kennen, met open blik en je verwachtingen achter je latend.

Tevreden op de bank, zijn ogen dreigen al dicht te vallen…

Heb je vragen om over hoe je dit in de praktijk met jouw hond kan toepassen? Neem dan contact met ons op!